Vorige artikel schreef ik een stukje over migratie en de stille wonden die het achterlaat.
Wij zijn op onszelf aangewezen
Over de momenten waarop de stilte in huis zwaarder weegt dan welk geluid dan ook. Ik schreef dat wanneer ons kind ziek is en de school belt, we halsoverkop vrij nemen, omdat hier geen opa’s of oma’s zijn. Ik schreef: we zijn op onszelf aangewezen.
Maar een paar dagen later, toen ik het artikel terugzag in de krant, viel mijn oog op een felicitatie voor de verjaardag van een dorpsgenoot. Een klein berichtje, maar warm — als de eerste zonnestraal op een koude ochtend. Op dat moment voelde ik: er ontbreekt iets in wat ik eerder schreef.
Ja, we zijn op onszelf… maar niet helemaal.
We hebben jullie. Jullie, die zonder het te weten, onze eenzaamheid verzachten. Jullie, die misschien niets merken van onze heimwee, maar wiens glimlach een onverwachte troost is.
Ik dacht terug aan die nachten waarin onze dochter Delsa koorts had. Onze bezorgde blikken vlogen van de klok naar haar ademhaling. Het waren toen Ant en Nino die bij ons bleven — tot laat in het ziekenhuis, zonder verplichting, alleen omdat hun hart met het onze meeleefde.
Ik dacht aan Joke en haar lieve man — twee aardse engelen die steeds weer klaarstaan. Soms was een blik of een vriendelijke groet van hen genoeg om ons eraan te herinneren: we zijn misschien ver van huis, maar niet alleen.
En onze buren… van wie we soms de namen nog niet eens kennen, maar van wie elke ‘goedemorgen’ op straat ons het gevoel geeft dat we hier thuishoren. In een kleine gemeenschap met grote harten.
En dan is er Jeroen, die mijn eenvoudige woorden naar jullie ogen brengt. Misschien beseft hij niet hoe bijzonder het voelt om als nieuwkomer te mogen spreken in een blad dat mensen hier al generaties lezen.
Ja, we zijn op onszelf… maar jullie zijn er ook. Jullie zijn als bladeren aan de boom van onze migratie — stil, maar levend. Als licht dat door het mistige raam breekt.
In het Perzisch zeggen we: “Een mens leeft door andere mensen.” Hier, in dit rustige dorp, begrijp ik die zin pas echt.


