Soms denk ik dat grenzen niet door mensen zijn getrokken, maar door angst.
Als je naar de wereldkaart kijkt, lijkt alles duidelijk: hier Iran, daar Amerika, en verderop Israël. Strakke lijnen, gescheiden kleuren, elk land netjes in zijn eigen kader. Maar als je in de mensen zelf kijkt, verdwijnen die lijnen. Daar bestaan geen grenzen—alleen verhalen die ons zijn verteld.
Al jaren worden dezelfde beelden herhaald in het nieuws. Het beeld van de vijand. Het beeld van “de ander”. In Iran, in Amerika, in Israël—overal waar macht wil blijven bestaan, is er behoefte aan zo’n “ander”. Iemand vaag, ver weg, en gevaarlijk. Want angst is het eenvoudigste middel om controle te houden.
Hardliners, waar dan ook, spreken eigenlijk dezelfde taal—even als hun woorden verschillen.
Ze gebruiken begrippen als “veiligheid”, “identiteit”, “overleving”. Maar achter die woorden zit iets dat steeds terugkomt: het uit elkaar trekken van mensen. Het versimpelen van de wereld tot “wij” en “zij”.
En daar begint het gevaar.
Want zodra “zij” bestaat, hoef je de werkelijkheid niet meer te zien. Dan hoef je niet te weten dat daar ook een moeder is die zich zorgen maakt om haar kind. Of een man die ’s ochtends zijn dag begint met een kop koffie. Of een meisje dat droomt van een gewoon leven.
“Zij” zijn dan geen mensen meer, maar een idee.
Maar de waarheid is altijd stiller dan deze verhalen.
Ik heb dat geleerd door afstand.
Hier in Nederland, waar mijn leven fysiek ver van Iran is komen te liggen, maar mijn gedachten niet. In een rustig dorp, waar stilte geen dreiging is maar een vorm van aanwezigheid. Als je hier met mensen praat, ontdek je hoe verrassend gelijk we eigenlijk zijn.
Een Nederlander, een Iraniër, een Amerikaan, een Israëliër—als je de politiek even loslaat, kom je telkens op hetzelfde uit:
iedereen maakt zich zorgen over de toekomst,
iedereen is bang voor ziekte,
iedereen wil dat zijn kind veilig opgroeit,
iedereen zoekt, op zijn eigen manier, naar rust.
En juist die overeenkomst is gevaarlijk—voor degenen die leven van verdeeldheid.
Want als mensen echt zien hoe veel ze op elkaar lijken, wordt het moeilijk om ze tegenover elkaar te zetten.
Maar de belangrijkste vraag blijft:
als mensen elkaar in wezen nabij zijn—hoe vinden ze elkaar dan?
Het antwoord is niet eenvoudig.
Want we zijn niet alleen gescheiden door grenzen, maar ook door verhalen. Ieder van ons leeft in een narratief dat voor ons is opgebouwd. Een verhaal waarin de ander ontbreekt, of vervormd wordt.
Elkaar vinden begint met twijfel aan die verhalen.
Met de vraag: wie heeft er baat bij dat ik bang ben?
Met de moed om beelden los te laten en te zoeken naar echte ervaringen van echte mensen.
Vandaag de dag is die zoektocht misschien wel meer mogelijk dan ooit.
In berichten die grenzen oversteken,
in stille vriendschappen die ontstaan,
in mensen die—zonder veel woorden—besluiten afstand te nemen van haat.
Het zijn geen grote gebaren.
Ze veranderen de wereld niet in één keer.
Maar de waarheid is: veranderingen beginnen zelden groot.
Ze beginnen op het moment dat iemand weigert om een ander nog langer als “vijand” te zien.
Misschien kunnen we de politiek niet veranderen.
Misschien kunnen we de luide stemmen van haat niet laten zwijgen.
Maar we kunnen wel iets anders doen:
weigeren te geloven dat de ander echt een ander is.
Want als dat geloof verdwijnt,
zullen de muren die ons scheiden
langzaam—en bijna onmerkbaar—beginnen te scheuren.


