culturele beleving

Waarom een Iraans gedicht mij altijd achtervolgt

Soms lees je een gedicht niet omdat je het begrijpt.

Soms lees je het omdat het jou begrijpt.

Er is een beroemd modern Perzisch gedicht dat begint met een zin die voor Nederlanders misschien heel normaal klinkt:

“Hallo, met ons gaat alles goed.”

Maar in het Perzisch weet je meteen dat er iets niet klopt.

Want wij zeggen vaak dat het goed gaat, juist op momenten waarop het niet goed gaat.

Het gedicht gaat verder:

“Er is niets aan de hand… behalve dat af en toe een verre droom kwijtgeraakt is. Iets wat mensen ‘ongerechtvaardigd geluk’ noemen.”

Dat is typisch voor veel moderne Iraanse poëzie.

Geen groot drama.

Geen schreeuw.

Alleen een kleine zin waarachter een oceaan verborgen zit.

De dichter zegt daarna dat hij zo door het leven wil lopen dat zelfs de knie van een eenzame gazelle niet zal trillen.

Dat beeld vraagt misschien uitleg.

In veel oosterse poëzie staat een gazelle voor kwetsbaarheid, schoonheid en leven zelf. Hij zegt eigenlijk:

“Ik wil bestaan zonder iemand pijn te doen.”

Later schrijft hij over een huis zonder gordijnen, zonder ramen, zonder muren.

En hij lacht er zelf om.

Alsof hij zegt:
misschien droom ik van iets dat onmogelijk is.
Of misschien is vrijheid juist een huis zonder grenzen.

En dan komt mijn favoriete zin:

“Met ons gaat alles goed… maar geloof het niet.”

Ik denk vaak dat dit één van de eerlijkste zinnen is die ik ooit heb gelezen.

Niet omdat het over verdriet gaat.

Maar omdat het laat zien hoe mensen soms leven.

We werken.
We glimlachen.
We sturen berichten.
We zeggen dat alles goed gaat.

En diep vanbinnen missen we iets waarvan we de naam niet meer weten.

Misschien is dat waarom dit gedicht, ondanks alle culturele verschillen, ook in Nederland gelezen kan worden.

Want uiteindelijk zijn we overal een beetje hetzelfde.

Alleen hebben we andere manieren gevonden om te zeggen dat het goed gaat.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *