Wanneer verdriet voorbijgaat, maar wij nog steeds blijven staan

Wanneer verdriet voorbijgaat, maar wij nog steeds blijven staan

Soms denkt een mens dat bepaalde dingen voor altijd blijven.
Verdriet, zorgen, of zelfs de mensen die vandaag nog deel uitmaken van ons leven. Het lijkt alsof ons hoofd alles wat we ervaren meteen een stempel van “blijvend” geeft. Maar als je iets rustiger kijkt, zie je dat niets daarvan echt blijft.

Niet wij blijven,
niet het verdriet.

Die gedachte kwam ik niet voor het eerst tegen in een filosofisch boek, maar in poëzie—op een plek waar woorden eenvoudig zijn, maar hun waarheid zwaar weegt. Woorden die mij doen denken aan Sohrab Sepehri, een dichter die de wereld probeerde te zien zonder ingewikkeldheid, maar met diepte. Met een blik die meer draaide om waarnemen dan om oordelen.

Een paar jaar geleden, toen ik nog in Iran woonde, had verdriet voor mij een andere vorm. Het was tastbaarder, dichterbij, soms zelfs luider dan het leven zelf. Nu woon ik al jaren in Nederland, in een rustig dorp dat voor veel mensen misschien niets betekent, maar voor mij een plek van balans is geworden.

Toch betekent afstand nooit dat gevoelens verdwijnen.

Deze dagen, bij elk nieuws uit Iran, beweegt er iets in mij. Onrust, heimwee, en dat vreemde gevoel waar je geen exacte naam aan kunt geven. Niet helemaal angst, niet alleen verdriet—maar iets daartussenin. En juist op die momenten keert die ene gedachte terug:

Niets van dit alles blijft.

Maar het is niet makkelijk om dat echt te geloven. Want wij mensen zijn meer gewend om te denken in termen van “blijven” dan van “voorbijgaan”. Wanneer verdriet ons leven binnenkomt, maken we er vaak onbewust ruimte voor. We laten het zitten, bieden het als het ware een stoel aan, en soms houden we het zo lang vast dat het onderdeel van ons wordt.

Terwijl verdriet misschien meer lijkt op een luchtbel op het water.
Even zichtbaar—en dan weer weg.

Het leven hier, in deze rustige en gestructureerde Nederlandse omgeving, heeft me nog iets anders geleerd: de wereld is vaker een spiegel dan een oorzaak. Ze reageert meer dan dat ze begint.

Als je vanbinnen vol spanning zit, zie je die spanning overal terug. Maar als je—even maar voor even—rust vindt, lijkt de wereld zachter te worden.

Dat is ook wat ik herken in de poëzie van Sepehri. Hij sprak niet over het veranderen van de wereld, maar over het veranderen van hoe we kijken. Soms is een andere blik al genoeg.

Maar laten we eerlijk zijn: zulke gedachten zijn makkelijk op papier, en moeilijk in het echte leven.

Wanneer je familie ver weg is,
wanneer je niets kunt doen,
wanneer je alleen maar kunt wachten en nieuws volgen—

dan merk je hoe kwetsbaar een moment kan zijn.

En toch is dat moment misschien het enige wat we echt hebben. Niet gisteren, dat nu alleen nog als herinnering bestaat. Niet morgen, dat gevuld is met “wat als”-gedachten die nog geen werkelijkheid zijn.

Dit moment is een lege ruimte.
En elke dag kiezen we waarmee we die vullen.

Met zorgen?
Met verdriet?
Of met een kleine poging tot evenwicht?

Ik maak me nog steeds zorgen. Mijn hoofd vult zich soms met gedachten waar ik geen controle over heb. Maar juist dan probeer ik mezelf eraan te herinneren dat ook deze gevoelens niet blijven.

Zoals de mooie dagen niet bleven,
zoals vreugde ook voorbijging.

Misschien is de belangrijkste vaardigheid in het leven niet om verdriet te verwijderen—want dat kan niet—maar om te voorkomen dat het alles overneemt.

Zolang er nog iets in ons leeft—een kleine hoop, een stille overtuiging, of zelfs een eenvoudige glimlach—kunnen we kiezen.

En misschien is dat genoeg.

Dat we weten:
verdriet komt,
blijft even,
en gaat weer.

En wij, als we goed opletten, kunnen tussen al dat komen en gaan
toch blijven staan.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *