Ik lees al lange tijd over geschiedenis.
Niet alleen over oorlogen of koningen, maar over het idee van geschiedenis zelf. Ik ben nieuwsgierig geworden naar een simpele vraag: vanaf welk moment besloot de mens om tijd te tellen? Waarom noemen wij dit jaar 2026 en niet iets anders? Waarom is het in Iran 1405, terwijl je in de islamitische kalender weer een ander getal ziet?
Hoe meer ik over geschiedenis las, hoe meer ik begon te begrijpen dat zelfs “tijd” niet zo natuurlijk is als wij denken.
Toen ik kind was, waren jaartallen voor mij gewoon cijfers in schoolboeken. Maar later begon ik te zien dat achter iedere kalender een hele beschaving schuilt. Achter ieder jaartal zit een vorm van macht, geloof of een bepaalde kijk op de wereld.
De eerste mensen hadden waarschijnlijk helemaal geen kalender. Ze zagen alleen dat het koud werd, daarna weer warm, dat de maan van vorm veranderde en dat rivieren soms overstroomden. Maar toen landbouw ontstond, werd chaos gevaarlijk. Mensen moesten weten wanneer ze moesten zaaien en wanneer ze konden oogsten. Dus keken ze omhoog, naar de hemel.
De maan werd de eerste klok van de mens.
Veel beschavingen, waaronder die in het Midden-Oosten, begonnen tijd te meten met de beweging van de maan. De islamitische kalender werkt vandaag nog steeds zo. Maar er zat een probleem in: de maan volgt de seizoenen niet. Daarom verschuift de ramadan ieder jaar.
Daarna richtte de mens zich op de zon.
Egyptenaren, Perzen en later de Romeinen probeerden kalenders te maken die wel met de seizoenen overeenkwamen. Wat mij altijd fascineert, is dat mensen duizenden jaren geleden — zonder moderne telescopen — de bewegingen van de hemel al zo nauwkeurig konden berekenen.
Toen ik meer begon te lezen over de Iraanse zonnekalender, werd ik nog nieuwsgieriger. Het nieuwe jaar begint precies op het moment dat de lente start. Dat is niet zomaar een afspraak; het voelt als een verbinding tussen mens en natuur. Alsof men het begin van het jaar niet wilde koppelen aan een koning of oorlog, maar aan het opnieuw ontwaken van de aarde.
En daarna kwam ik bij het politieke deel van geschiedenis terecht — het moment waarop ik begreep dat zelfs tijd niet neutraal is.
Veel machthebbers hebben geprobeerd de geschiedenis opnieuw te laten beginnen bij henzelf. Koningen telden jaren vanaf hun troonsbestijging. Later probeerden rijken, religies en zelfs revoluties nieuwe kalenders te maken. Alsof iedere macht wilde zeggen:
“De echte tijd begint bij ons.”
Zelfs de westerse kalender is niet neutraal; zij is gebaseerd op de geboorte van Christus. De islamitische kalender is verbonden aan de islam. En de Iraanse kalender draagt sporen van oude Perzische astronomie en cultuur.
Hoe meer geschiedenis ik las, hoe meer ik begon te begrijpen dat de mens niet alleen steden en landen heeft gebouwd — maar zelfs tijd zelf heeft vormgegeven.
Misschien is dat het vreemdste van alles.
De aarde geeft er niets om welk jaar wij opschrijven.
De zon weet niet dat wij deze maand “mei” noemen of “ordibehesht”.
Alleen de mens probeert, uit angst om te verdwalen in de chaos van het bestaan, de tijd op te delen, namen te geven en daar vervolgens geschiedenis van te maken.


