Mensen praten vaak over een nieuwe woning alsof het alleen een mooi begin is.
Over de sleutel.
Over nieuwe muren.
Over het inrichten van een woonkamer.
Over een frisse start.
Maar bijna niemand praat over verhuizen in een land waar je geen familie hebt.
Geen broer die zegt: “Ik kom zaterdag helpen.”
Geen moeder die eten maakt zodat je door kunt werken.
Geen neef met een busje.
Geen tante die een paar uur op je kind past.
Migratie verandert veel dingen.
Zelfs verhuizen.
Wat ooit een gezamenlijke inspanning was, wordt opeens een logistiek project, een financiële rekensom en soms ook een emotionele beproeving.
Op 9 juli krijgen wij de sleutel van onze nieuwe woning.
Maar een woning krijgen is niet hetzelfde als er kunnen wonen.
Er moet nog van alles gebeuren.
Er moet een vloer komen.
Er moet geschilderd worden.
Onderdelen uit het huidige huis moeten worden verwijderd.
Er moeten aanpassingen komen zodat ik er überhaupt zelfstandig en veilig kan leven.
En ondertussen loopt de huur door.
Maar eerlijk gezegd zijn het niet de kosten die mij het meest raken.
Het is iets anders.
Het besef dat een groot deel van deze last op de schouders van mijn vrouw terechtkomt.
Sara.
En dat is moeilijk om hardop toe te geven.
Er zijn momenten waarop ik naar dozen kijk en denk:
vroeger had ik dit gewoon gedaan.
Niet nadenken.
Niet plannen.
Niet berekenen hoeveel energie één trap of één uur kost.
Gewoon doen.
Nu zie ik hoeveel Sara opvangt.
Niet alleen fysieke taken.
Ook het nadenken.
Lijstjes maken.
Afspraken regelen.
Materialen uitzoeken.
Alles organiseren.
En soms voelt dat alsof ik minder partner ben dan ik zou willen zijn.
Misschien begrijpen mensen dit niet altijd.
Maar een beperking of ziekte gaat niet alleen over pijn of minder kunnen lopen.
Soms gaat het over iets veel stillers:
het gevoel dat degene van wie je houdt meer moet dragen dan eerlijk voelt.
Daarom denk ik de laatste tijd vaak na over ondersteuning.
In Nederland bestaan voorzieningen zoals de Wmo.
En ik begrijp waarom regels bestaan.
Ik begrijp dat budgetten niet eindeloos zijn.
Maar soms voelt het alsof de eerste reactie niet is:
“Hoe kunnen we helpen?”
Maar:
“Waarom lukt het niet zonder hulp?”
Alsof ondersteuning iets is dat eerst ontkend moet worden voordat het erkend mag worden.
En toch geloof ik dat de bedoeling van een samenleving niet alleen is om mensen overeind te houden wanneer alles instort.
Maar om te voorkomen dat ze instorten.
Verhuizen is uiteindelijk niet alleen dozen verplaatsen.
Je verplaatst zorgen.
Je verplaatst vermoeidheid.
Je verplaatst hoop.
En misschien leer ik in deze periode iets wat ik nooit goed heb gekund:
hulp vragen is geen zwakte.
En liefde zit niet alleen in degene die het meeste tilt.
Soms zit liefde ook in degene die ziet hoeveel de ander draagt —
en dat nooit vergeet.


