Vandaag luisterde ik naar een gedicht.
Niet om erover te schrijven. Niet om een onderwerp voor een artikel te vinden. Zelfs niet om er iets van te leren. Ik luisterde gewoon.
En plotseling merkte ik dat ik rustiger was geworden.
Het was een gedicht van Forough Farrokhzad, een van de bekendste Iraanse dichters. Zo’n gedicht dat iets van zijn schoonheid verliest zodra je probeert ieder woord uit te leggen. Het begint met verdriet, maar niet met een verdriet dat voor altijd moet blijven. De dichteres beschrijft hoe het verdriet in haar ogen druppel voor druppel smelt en hoe haar donkere schaduw gevangen raakt in de handen van de zon.
Dat beeld liet me niet los:
verdriet dat smelt.
Het breekt niet. Het wordt niet verslagen. Niemand jaagt het weg. Langzaam, zoals ijs of was onder warmte, verliest het zijn vorm.
Misschien was dat precies wat ik vandaag nodig had.
Het leven bestaat niet altijd uit één groot probleem dat je een naam kunt geven en vervolgens kunt oplossen. Soms stapelen kleine en grote dingen zich op: zorgen over de toekomst, vermoeidheid, werk, migratie, de afstand tot het verleden en duizend gedachten waarvan je niet eens meer weet waar ze vandaan kwamen.
En dan komt er ineens een gedicht voorbij.
In het gedicht komt iemand van ver, uit een ‘land van geuren en licht’. Diegene neemt de dichteres mee, weg van de aarde. Eerst naar een stad van poëzie en hartstocht, daarna naar de sterren, vervolgens naar de Melkweg en uiteindelijk naar een plek waar geen grenzen meer lijken te bestaan.
Terwijl ik luisterde, dacht ik dat dit misschien een van de wonderlijkste dingen is die poëzie kan doen.
Poëzie kan de werkelijkheid niet veranderen.
Als je ziek bent, zal een gedicht je ziekte niet genezen. Als je ver van het land van je jeugd woont, maken een paar dichtregels de afstand tussen twee landen niet kleiner. En als je bang bent voor morgen, kan een dichter je niet beloven dat morgen alles goed zal komen.
Maar soms doet poëzie iets anders:
ze maakt het gewicht van de wereld voor een paar minuten lichter.
Ik woon inmiddels al jaren buiten Iran en mijn leven is nu hier, in Erp. Dit is mijn thuis geworden. Mijn tweede thuis, al weet ik steeds minder goed of ik het nog wel ‘tweede’ moet noemen.
Maar de Perzische taal heeft nog altijd een plek in mij waar geografie niet bij kan.
Soms zijn een paar woorden genoeg om de afstand tussen Erp en Iran wonderlijk klein te maken.
Niet met een vliegtuig.
Niet op een kaart.
Maar met een stem.
Voor iemand die niet met Perzische poëzie is opgegroeid, klinken sommige beelden misschien vreemd: een hemel vol vallende sterren, vissen die sterren plukken uit de vijvers van de nacht, engelen met sneeuwwitte vleugels, de wijn van de golven en nachten gevuld met kussen en sterren.
Maar volgens mij hoef je geen Iraniër te zijn om dat te begrijpen.
Rust heeft geen nationaliteit.
Misschien vindt iemand in Nederland die rust tijdens het fietsen over een stille weg tussen de velden. Een ander aan het water. De een in de muziek van Bach, de ander in het geluid van regen tegen het raam.
En ik vond haar vandaag in een Perzisch gedicht dat duizenden kilometers met mij is meegereisd.
Het bijzondere is dat het gedicht aan het einde terugkeert naar het beeld waarmee het begon.
Maar nu is het niet alleen het verdriet dat smelt.
Het is de nacht zelf.
De nacht smelt als was, druppel voor druppel, langs de weg van de dichteres. Haar ogen worden rustig. Boven de wieg van haar gedichten blaast iemand zachtjes — en het wordt ochtend.
Misschien bleef ik daarom na de laatste woorden nog even stil zitten.
Niet omdat mijn problemen verdwenen waren.
Er was niets wonderbaarlijks gebeurd. Dezelfde kamer was er nog. Hetzelfde leven. Dezelfde morgen. Dezelfde vragen die er vóór het gedicht ook al waren.
Maar ik was niet helemaal meer dezelfde persoon als een paar minuten daarvoor.
Ik was iets rustiger.
Misschien verwachten we soms te veel van kunst. We willen dat ze de wereld verandert, de samenleving verandert, ons een grote waarheid leert of een antwoord geeft op onze moeilijkste vragen.
Maar misschien hoeft kunst niet altijd de wereld te veranderen.
Soms is het genoeg als ze naast een vermoeid mens gaat zitten.
Niets zegt.
En er alleen maar voor zorgt dat, heel even,
de nacht in hem
druppel voor druppel
smelt.
Steun AnderBlik
Lees je mijn verhalen graag? Met een vrijwillige bijdrage help je mij om te blijven schrijven en mijn verhalen gratis te delen. Ook lokale ondernemers zijn van harte welkom om AnderBlik te steunen.
Ik steun AnderBlikEenmalig of maandelijks. Iedere bijdrage is welkom. Dank je wel!


