Toen de aarde de geschiedenis begon te schrijven

De afgelopen tijd heb ik veel boeken en artikelen over geschiedenis gelezen. Zoveel zelfs dat ik soms het gevoel heb verdwaald te zijn geraakt tussen eeuwen, kaarten, rivieren en bergen.

Elk boek gaf mij een antwoord, maar tegelijk ontstonden er weer nieuwe vragen.

Langzaam begon er een gedachte in mijn hoofd te groeien die mij niet meer loslaat:

Misschien was het, nog vóór koningen geschiedenis schreven, vóór grenzen werden getrokken en zelfs vóór talen vorm kregen, de geografie die de eerste zinnen schreef.

Niet met inkt.

Maar met water, steen, wind, bergen en aarde.

Vandaag woon ik in Nederland, een land waarvan een belangrijk deel van de geschiedenis bestaat uit een eindeloze dialoog met het water.

Hier is water niet alleen landschap.

Water is een oude buurman met wie je soms moet leren leven, die je soms moet bedwingen en van wie je soms land moet terugwinnen.

Daarom zie ik, wanneer ik lees over dijken, kanalen, polders en waterbeheer, niet alleen techniek. Ik zie daarachter ook een manier van leven.

Wanneer water alle huizen kan bereiken, is samenwerken niet langer alleen een morele keuze. Het wordt een noodzaak.

Een dijk kun je niet voor slechts één huis bouwen.

Water vraagt niet wie rijk is, wie arm is, wie het ergens mee eens is en wie niet.

Als het vrij spel krijgt, neemt het iedereen mee.

Misschien ligt juist daar een deel van de Nederlandse cultuur van overleg, compromis en samenwerking.

Zelfs het bekende woord “poldermodel” voelt voor mij daarom niet alleen als een politieke term.

Ik zie er mensen achter die eeuwen geleden naast elkaar stonden en begrepen dat, als zij niet samenwerkten, er de volgende dag misschien helemaal geen grond meer was om op te staan.

Daarna dwaalt mijn blik terug naar Iran.

Een totaal ander landschap.

In grote delen van Iran was de vraag niet hoe je water moest tegenhouden, maar hoe je het überhaupt kon vinden.

Daar moest water uit de aarde worden gehaald.

Uit droogte.

Uit geduld.

Een qanat is voor mij dan ook niet langer alleen een technisch meesterwerk. Hoe meer ik erover lees, hoe meer het op een ondergronds gedicht begint te lijken.

Mensen groeven kilometers door de aarde om water dat nog onzichtbaar was, naar een plek te brengen waar het leven erop wachtte.

Misschien is dat ook waarom water in de Perzische taal zo vaak poëtisch wordt.

Bronnen, regen, beekjes, tuinen, lente, cipressen en schaduw.

Het zijn niet alleen woorden.

Het lijkt alsof ze het geheugen van een land bewaren.

Wanneer je in een droog gebied leeft, is een tuin niet zomaar een verzameling bomen. Het is een belofte van rust.

Regen is niet alleen een weersverschijnsel. Het is goed nieuws.

Een bron is niet alleen water. Het is leven.

Misschien is dat ook waarom onze dichters al eeuwenlang over tuinen en lente schrijven.

Soms denk ik dat zelfs onze poëzie een geografie heeft.

Misschien draagt onze taal nog altijd het stof van de woestijn, de geur van de tuin en het geluid van water in een qanat met zich mee.

Hoe meer ik over Iran en Nederland nadenk, hoe vreemder en mooier dit contrast voor mij wordt.

In Nederland probeerde de mens eeuwenlang het water terug te dringen.

In Iran probeerde de mens eeuwenlang het water dichterbij te brengen.

In Nederland werd land op het water veroverd.

In Iran werd water aan de aarde ontlokt.

Misschien heeft juist dat eenvoudige verschil langzaam zijn sporen achtergelaten in moraal, architectuur, economie, taal en manier van leven.

Natuurlijk moet ik hier voorzichtig zijn.

Geografie is niet alles.

Mensen nemen beslissingen. Regeringen komen en gaan. Oorlogen, religie, technologie en economie veranderen de loop van de geschiedenis.

Maar geografie was er vóór dat alles.

Als een toneel dat al klaarstond voordat de acteurs opkwamen.

De acteurs zijn vrij, maar zij hebben de afmetingen van het podium niet gekozen.

Daarom kan ik niet meer naar een kaart kijken zoals vroeger.

Wanneer ik naar Nederland kijk, zie ik niet alleen een klein land aan zee. Ik zie mensen die eeuwenlang met het water hebben onderhandeld.

En wanneer ik naar Iran kijk, zie ik niet alleen bergen, vlaktes en woestijnen. Ik zie mensen die eeuwenlang op zoek waren naar een druppel water, een beetje schaduw en een tuin.

En hoe meer geschiedenis ik lees, hoe sterker ik denk dat de eerste schrijver van de geschiedenis misschien geen koning was, geen historicus en geen dichter.

Misschien was het de aarde zelf.

Een aarde die in stilte schreef.

Met rivieren.

Met bergen.

Met droogte.

Met zee.

En wij mensen hebben eeuwen later alleen maar verder geschreven aan hetzelfde verhaal.

Steun AnderBlik

Lees je mijn verhalen graag? Met een vrijwillige bijdrage help je mij om te blijven schrijven en mijn verhalen gratis te delen. Ook lokale ondernemers zijn van harte welkom om AnderBlik te steunen.

Ik steun AnderBlik

Eenmalig of maandelijks. Iedere bijdrage is welkom. Dank je wel!

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *