Bahram-siezes-crown-Shahnameh

Keyumars; de eerste mens die naar de wereld keek

In de Shahnameh begint de wereld niet plotseling met lawaai en chaos.
Er is geen enorme explosie, geen oorlog tussen goden, en geen held die vanaf de eerste bladzijde met een zwaard verschijnt. Abu al-Qasim Ferdowsi vertelt het begin van de wereld veel rustiger dan je misschien zou verwachten.

Part 1-Verhalen die ons nooit hebben verlaten

Eerst schrijft hij over hemel en aarde. Over licht en duisternis. Over een orde die langzaam vorm krijgt. En pas wanneer de wereld klaar lijkt te zijn, verschijnt de eerste mens en tegelijk de eerste koning: Keyumars.

Voor veel Iraniërs is de naam Keyumars misschien slechts een oude naam uit schoolboeken. Maar in de Shahnameh is hij meer dan een koning. Hij symboliseert het begin van de mens—een mens die nog niet ver verwijderd is van de natuur.

Ferdowsi introduceert Keyumars niet met gouden kronen of enorme paleizen. Hij leeft in de bergen, draagt kleding van luipaardhuiden, en de mensen om hem heen leven nog dicht bij de eenvoud van het begin van de wereld. In dit deel van de Shahnameh ziet de mens zichzelf nog niet als afgescheiden van de natuur.

Dat beeld heeft mij altijd gefascineerd.

Want wanneer we in Europa over “vooruitgang” spreken, gaat het vaak over het steeds verder verwijderen van de natuur: steden, technologie en controle over de wereld. Maar in het begin van de Shahnameh wordt de mens juist groot genoemd zolang hij nog deel uitmaakt van de wereld om hem heen, en niet de volledige heerser ervan is.

Maar die rust duurt niet lang.

In de Shahnameh verschijnt al snel de duisternis in de wereld. Ahriman, het symbool van chaos en kwaad, valt de zoon van Keyumars aan en doodt hem. En precies daar toont de Shahnameh een van haar belangrijkste ideeën:
de wereld bevat vanaf het begin zowel schoonheid als tragedie.

Ferdowsi probeert de wereld niet perfect of idyllisch af te beelden. Zelfs aan het begin van de schepping bestaan dood, jaloezie en geweld al. Misschien is dat precies waarom de Shahnameh na duizend jaar nog steeds echt aanvoelt. Omdat de mens van vandaag nog altijd leeft met dezelfde angsten en dezelfde zwakheden.

Voor een Nederlandse lezer is het misschien verrassend dat de oudste Iraanse verhalen zo sterk draaien om menselijkheid en moraal, en niet alleen om oorlog en heldendom. In de Shahnameh vertegenwoordigt iedere koning een menselijke eigenschap. De één staat voor wijsheid, een ander voor trots, en weer een ander voor corruptie.

Keyumars is, nog vóór hij een heerser is, het symbool van de eerste mens die probeert de wereld te begrijpen en er orde in aan te brengen.

Misschien is dat waarom de Shahnameh niet zomaar een historisch boek is.
Het is een poging om antwoord te geven op een oude vraag:
Hoe bouwt de mens beschaving vanuit angst en chaos?

Wanneer ik dit deel van de Shahnameh lees, denk ik soms eraan dat ondanks alle vooruitgang in de wereld, veel van onze vragen niet veranderd zijn. We zijn nog steeds bang voor duisternis, we zoeken nog steeds naar betekenis, en we proberen nog altijd een vorm van orde te vinden in een wereld die nooit volledig voorspelbaar is.

Misschien is dat precies waarom de Shahnameh nog leeft.
Omdat het niet alleen over het verleden van Iran gaat, maar over het gezamenlijke begin van de mens.

In het volgende deel gaan we naar een van de bekendste en donkerste verhalen uit de Shahnameh:
het verhaal van Zahhak—een koning bij wie het kwaad langzaam groeide; niet in één dag, maar stap voor stap.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *