Rostam en Esfandiar

Rostam en Esfandiar; de strijd waarin niemand werkelijk won

In de Shahnameh zijn er gevechten waarvan je vanaf het begin voelt dat ze alleen maar verliezers zullen kennen.

Niet omdat één van de twee zwakker is.

Niet omdat de afloop al vaststaat.

Maar omdat beide mannen iets kunnen verliezen wat zelfs een overwinning nooit meer kan terugbrengen.

De strijd tussen Rostam en Esfandiar is zo’n verhaal.

Aan de ene kant staat Rostam, de held die jarenlang Iran heeft verdedigd. Hij heeft de grenzen bewaakt, zijn volk keer op keer gered en is voor velen uitgegroeid tot het symbool van moed en trouw. Hij is ouder geworden, maar zijn naam draagt nog altijd hetzelfde gewicht.

Aan de andere kant staat Esfandiar: jonger, krachtig, plichtsgetrouw en bijna onoverwinnelijk. Zijn hele leven heeft hij gedaan wat van hem werd gevraagd. Hij gelooft dat, als hij ook deze laatste opdracht voltooit, eindelijk de kroon zal krijgen die hem al zo vaak is beloofd.

Maar deze keer is zijn opdracht geen buitenlandse vijand.

Zijn opdracht is Rostam.

En precies daar begint de tragedie.

Esfandiar komt niet naar Rostam om hem te doden. Hij komt om een bevel uit te voeren. Hij moet de grootste held van Iran geboeid naar het hof brengen.

Voor Rostam is dat geen gewone opdracht.

Het is een vernedering.

Hoe kan iemand die zijn hele leven zijn land heeft beschermd zich als een misdadiger laten wegvoeren?

Rostam probeert de strijd te vermijden. Hij zoekt naar een uitweg, naar een gesprek, naar een oplossing zonder bloedvergieten. Niet omdat hij bang is voor Esfandiar, maar omdat hij weet dat tegenover hem geen slecht mens staat.

En misschien is dat wel de moeilijkste vorm van een conflict.

Wanneer degene tegenover je niet slecht is, maar toch jouw tegenstander wordt.

Ook Esfandiar is niet werkelijk vrij.

Van buiten lijkt hij de perfecte krijger.

Van binnen blijft hij gevangen in de wil van zijn vader, Goshtasp. Steeds opnieuw heeft Goshtasp hem beloofd dat de troon op hem wachtte. Maar in werkelijkheid stuurde hij zijn eigen zoon telkens opnieuw een gevaar tegemoet.

Hier laat Ferdowsi misschien wel een van de pijnlijkste gezichten van macht zien.

Soms offeren ouders hun kinderen op aan hun eigen ambities, zonder ooit zelf een zwaard op te nemen.

De strijd begint.

Zelfs Rostam beseft al snel dat hij Esfandiar niet zomaar kan verslaan. Esfandiar is vrijwel onkwetsbaar. Zijn lichaam lijkt bestand tegen elk wapen.

Maar zoals zo vaak in de Shahnameh bestaat er geen volmaakte held.

Iedere kracht kent een kwetsbaarheid.

Met hulp van de Simorgh ontdekt Rostam dat slechts één plaats Esfandiar werkelijk kan treffen:

zijn ogen.

En juist daar bereikt het verhaal zijn meest tragische moment.

Rostam staat voor een keuze die eigenlijk geen keuze is.

Vecht hij niet, dan verliest hij zijn eer.

Vecht hij wel, dan moet hij een man doden die nooit zijn echte vijand is geweest.

Hij schiet.

De pijl treft Esfandiars ogen.

En op dat moment verliest iedereen.

Rostam blijft leven, maar draagt een last die hem nooit meer zal verlaten.

Esfandiar sterft, maar vóór zijn dood begrijpt hij eindelijk de waarheid.

Hij was niet het slachtoffer van Rostam.

Hij was het slachtoffer van een belofte die nooit werd nagekomen, van gehoorzaamheid zonder vragen, en van de ambitie van zijn eigen vader.

Wanneer ik dit deel van de Shahnameh lees, besef ik telkens opnieuw hoe goed Ferdowsi de menselijke natuur begreep.

Niet iedere tragedie ontstaat uit haat.

Soms vernietigen mensen elkaar terwijl geen van beiden dat werkelijk wil.

Omdat ze gevangen zitten in een systeem dat geen ruimte laat om stil te staan, na te denken en een andere weg te kiezen.

Misschien is dat precies waarom dit verhaal vandaag nog steeds zo herkenbaar voelt.

In gezinnen, in organisaties, in de politiek en zelfs in ons dagelijks leven gebeuren soms dingen die later niet meer kunnen worden hersteld, omdat mensen zich alleen nog afvragen wat ze móéten doen en niet meer waarom ze het doen.

Misschien is de belangrijkste vraag van dit verhaal daarom wel deze:

Als wij een ander moeten breken om ons eigen gelijk te bewijzen, hebben wij dan werkelijk gewonnen?

Rostam en Esfandiar behoren allebei tot de grootste helden van de Shahnameh.

Toch konden zelfs zij deze tragedie niet voorkomen.

En misschien is dat een van de diepste lessen die Ferdowsi ons wil nalaten:

goed zijn is niet altijd voldoende.

Soms vraagt ware wijsheid de moed om afstand te nemen van een strijd waarin uiteindelijk niemand kan winnen.

In het volgende en laatste deel van deze reeks kijken we terug op de Shahnameh als geheel. Waarom blijft een boek dat meer dan duizend jaar geleden werd geschreven nog altijd mensen raken? En wat kan een moderne lezer, ook hier in Nederland, vandaag nog van Ferdowsi leren?

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *