Nederland, artificiële intelligentie en de stille crisis van eenzaamheid
Laatst las ik in Nederland een artikel over het gebruik van artificiële intelligentie in de ouderenzorg.
Robots die herinneren aan medicijnen. Systemen die registreren wanneer iemand valt. En zelfs programma’s die gesprekken voeren met ouderen zodat zij zich minder alleen voelen.
Mijn eerste gedachte was:
wat vooruitstrevend.
Wat efficiënt.
Wat typisch Nederlands.
Maar plots dacht ik aan onze eigen grootouders.
Aan huizen waar ouderen niet simpelweg “zorgvragers” waren, maar deel uitmaakten van de ziel van het huis.
Ze zaten ergens stil op een tapijt, dronken thee, en zonder dat iemand het echt besefte, gaf hun aanwezigheid betekenis aan het hele huis.
Ik woon al jaren in Nederland, en één ding ben ik hier diep gaan begrijpen:
het Westen kan eenzaamheid heel professioneel organiseren.
Maar het weet nog steeds niet goed hoe het haar moet genezen.
Hier is alles voor ouderen geregeld.
Er is structuur.
Er is verzekering.
Er zijn schema’s, technologieën en protocollen.
Maar soms heb ik het gevoel dat er tussen al die efficiëntie iets verloren is gegaan:
menselijke aanwezigheid.
Ooit zag ik in een winkel in Erp een oudere man langzaam praten met de kassière.
Niet omdat hij echt iets belangrijks moest vragen.
Het leek eerder alsof hij gewoon nog even een menselijke stem wilde horen.
En het bijzondere was: niemand had haast.
De kassière antwoordde rustig terug.
Op dat moment begreep ik iets belangrijks:
eenzaamheid in Europa schreeuwt niet altijd.
Soms leeft zij heel beleefd, heel stil, en heel netjes tussen de mensen.
Nu probeert Nederland het tekort aan zorgmedewerkers op te lossen met artificiële intelligentie.
En misschien zal dat technisch gezien ook deels lukken.
Maar de echte vraag is misschien angstaanjagender:
Als een oudere op een dag zijn hele leven doorbrengt met een scherm, een kunstmatige stem of een robot…
heet dat dan nog “leven”?
Of is het slechts een uiterst efficiënte vorm van georganiseerde eenzaamheid?
Misschien ligt precies daar het probleem:
de mens is niet alleen een lichaam.
Bloeddruk kun je meten.
Medicijnen kun je automatisch laten herinneren.
Zelfs een warme stem kun je kunstmatig nabootsen.
Maar geen enkel algoritme begrijpt nog echt waarom sommige ouderen alleen maar willen dat iemand even naast hen komt zitten en vraagt:
“Hoe was je dag vandaag?”
Misschien heeft het Westen voor de toekomst van zijn zorgsysteem minder behoefte aan nieuwe code…
en meer aan een terugkeer naar iets ouds dat in veel oosterse culturen nog niet volledig verdwenen is:
compassie.
Dat simpele samen zitten met een ander mens.
Zonder haast.
Zonder therapeutisch doel.
Alleen zodat iemand voelt dat hij nog niet vergeten is.


