Wanneer je aan de Shahnameh begint, lijkt het alsof je een wereld binnenstapt die tegelijk heel ver weg en verrassend dichtbij is.
Van Kayumars tot Zahhak, van Fereydun tot Zal, van Rostam tot Sohrab, van Siavash tot Kay Khosrow en van Esfandiar tot de laatste heldenverhalen: de Shahnameh is veel meer dan een verzameling oude legendes. Het is een spiegel waarin de mens zichzelf blijft herkennen – met zijn moed en zijn angst, zijn trots en zijn hoop, zijn wijsheid en zijn vergissingen.
Misschien is dat wel de reden waarom dit boek na meer dan duizend jaar nog steeds gelezen wordt.
Niet omdat Ferdowsi alleen over koningen en oorlogen schreef, maar omdat hij over mensen schreef.
In het verhaal van Zahhak zien we dat het kwaad zelden plotseling verschijnt. Het sluipt langzaam een samenleving binnen, wordt stap voor stap normaal en wordt pas echt gevaarlijk wanneer niemand zich er nog over verbaast.
In het verhaal van Zal ontdekken we dat anders zijn geen tekortkoming hoeft te zijn. Het kind dat vanwege zijn uiterlijk werd verstoten, groeit uit tot een van de wijste figuren van de Shahnameh.
In het verhaal van Rostam en Sohrab ontmoeten we misschien wel de pijnlijkste menselijke ervaring: elkaar te laat herkennen. De waarheid komt uiteindelijk aan het licht, maar pas wanneer zij niets meer kan redden.
Siavash leert ons vervolgens dat zuiver blijven soms moeilijker is dan winnen.
En in de confrontatie tussen Rostam en Esfandiar laat Ferdowsi zien dat niet iedere tragedie ontstaat uit haat. Soms botsen twee goede mensen op elkaar, ieder overtuigd dat hij het juiste doet, terwijl uiteindelijk niemand werkelijk wint.
Daarom zijn dit niet alleen Iraanse verhalen.
Het zijn menselijke verhalen.
Juist daardoor kunnen ze ook een Nederlandse lezer raken. De namen zijn misschien onbekend en de wereld waarin de verhalen zich afspelen lijkt ver weg, maar de vragen zijn nog altijd dezelfde als duizend jaar geleden.
Wat doet macht met een mens?
Hoe wordt angst langzaam normaal?
Waarom herkennen we de mensen die ons het dierbaarst zijn soms pas wanneer het te laat is?
Wanneer moeten we blijven vechten, en wanneer is het juist wijs om los te laten?
De Shahnameh geeft op deze vragen geen eenvoudige antwoorden.
Ze nodigt ons uit om ze telkens opnieuw te stellen.
Voor ons Iraniërs heeft de Shahnameh natuurlijk nog een andere betekenis. Dit boek vormt een belangrijk deel van onze culturele herinnering. Dankzij Ferdowsi zijn niet alleen de oude verhalen van Iran bewaard gebleven, maar bleef ook de Perzische taal levend in een tijd waarin zij dreigde te verdwijnen.
Toch ligt de waarde van de Shahnameh niet alleen in haar verleden.
Haar grootste kracht is misschien wel dat zij vandaag nog steeds iets te zeggen heeft.
Sinds ik in Nederland woon en deze verhalen probeer te vertellen aan mensen die geen Iraanse achtergrond hebben, merk ik steeds sterker dat grote literatuur geen grenzen kent. Een verhaal dat werkelijk over de mens gaat, kan zonder moeite een reis maken van het oude Tus naar het Nederland van vandaag en ook hier een lezer aan het denken zetten.
Misschien hebben we juist in onze tijd verhalen harder nodig dan ooit.
Niet om aan de werkelijkheid te ontsnappen, maar om haar beter te begrijpen.
De Shahnameh herinnert ons eraan dat een mens zonder verhalen alleen leeft, maar dat hij zichzelf dankzij verhalen leert begrijpen.
Misschien is dat uiteindelijk het geheim van dit boek.
Zolang mensen blijven worstelen met macht, angst, liefde, trots, verantwoordelijkheid, rechtvaardigheid en sterfelijkheid, zal de Shahnameh iets te vertellen hebben.
Deze artikelenreeks was slechts een bescheiden poging om voor de Nederlandse lezer een deur naar de wereld van de Shahnameh te openen.
Want soms zijn juist de oudste verhalen degenen die de modernste vragen durven stellen.


