Rostam en Sohrab

Sohrab; wanneer het te laat is om elkaar te herkennen

In de Shahnameh begint tragedie niet altijd met de dood.

Soms begint ze met iets niet zien.
Met een vraag die niet op tijd werd gesteld.
Met een waarheid die een paar minuten te laat werd begrepen.

En misschien laat geen enkel verhaal in de Shahnameh dit zo pijnlijk zien als het verhaal van Rostam en Sohrab.

Part1-Verhalen die ons nooit hebben verlaten

Part2-Keyumars; de eerste mens die naar de wereld keek

Part3-Zahhak; wanneer het kwaad langzaam normaal wordt

Part4-Fereydun; wanneer mensen niet langer bang zijn

Part5-Zal; het kind dat anders werd geboren

Part6-Rostam; de sterkste man die niet altijd overwon

Na jaren vertrekt Rostam—de held die iedereen kent—op een reis ver van zijn land. Tijdens die reis ontmoet hij een vrouw: Tahmineh. Ze brengen één nacht samen door en daarna vertrekt Rostam weer.

Hij weet niet dat uit die ontmoeting een zoon geboren zal worden.

Sohrab.

Sohrab groeit op, maar niet met verhalen van zijn vader.
Hij hoort alleen een naam. Een verre legende. Een man over wie iedereen spreekt, maar die zelf afwezig blijft.

En misschien is dat ook een van de oude menselijke pijnen:

Sommige mensen worden zo groot in de ogen van de wereld, dat er geen ruimte meer overblijft voor hun aanwezigheid in het leven van hun naasten.

Sohrab groeit op; sterk, intelligent en vol vuur.

Maar iets in hem blijft onrustig.

Hij wil niet alleen een held worden.
Hij wil zijn vader vinden.

Dit deel van de Shahnameh is bijzonder. Want Sohrab vertrekt niet uit haat. Hij komt niet voor wraak. In sommige versies droomt hij er zelfs van Rostam te vinden en samen met hem de wereld beter te maken.

Maar de wereld van de Shahnameh is geen wereld waarin eenvoudige verlangens vanzelf werkelijkheid worden.

De oorlog begint.

Aan de ene kant van het strijdveld staat Rostam.
Aan de andere kant staat Sohrab.

En wat deze scène tragisch maakt, is niet dat twee vijanden tegenover elkaar staan.

De tragedie is dat geen van beiden het weet.

Sohrab weet niet dat deze man de vader is naar wie hij op zoek was.
En Rostam weet niet dat tegenover hem de zoon staat van wiens bestaan hij jarenlang niet eens wist.

Ze spreken met elkaar.

Er zijn tekenen.

Er worden vragen gesteld.

Maar trots, angst, plicht en haast laten de waarheid niet zichtbaar worden.

En dan gebeurt iets dat lezers van de Shahnameh al duizend jaar stil maakt.

Rostam wint.

Maar niet de overwinning waar iemand op hoopt.

Wanneer de waarheid eindelijk zichtbaar wordt, is het te laat.

In de Shahnameh neemt Ferdowsi de tijd voor dit moment. Hij haast zich niet. Hij laat Rostam begrijpen wat er is gebeurd.

Misschien is dat een van de meest menselijke gedachten in de Shahnameh:

Soms komt de waarheid—maar niet op een moment waarop ze nog iets kan redden.

Wanneer ik dit verhaal lees, denk ik niet aan oorlog.

Ik denk aan het dagelijks leven.

Aan vaders en moeders die zo druk waren met het bouwen aan de toekomst dat ze niet merkten dat hun kind ondertussen opgroeide.

Aan mensen die zo bezig waren met het verdedigen van hun ideeën, hun land, hun werk of hun plicht, dat ze niet meer zagen wie er werkelijk tegenover hen stond.

Misschien is dat waarom het verhaal van Rostam en Sohrab blijft voortleven.

Omdat dit verhaal niet over de dood gaat.

Het gaat over te laat herkennen.

En misschien is de pijnlijkste vraag van de Shahnameh wel deze:

Wat als we op een dag ontdekken dat degene met wie we hebben gevochten, precies degene was naar wie we al die tijd op zoek waren?

In het volgende deel gaan we naar het verhaal van Siavash;
een prins die niet door zijn zwaard, maar door zijn vermogen om zuiver te blijven uitgroeide tot een van de meest tragische figuren van de Shahnameh.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *